Virusexperts dragen Tyvek® overalls op zoek naar de volgende dodelijke epidemie

160822121454-bat-cave-researchers-exlarge-169

Het is een lastige, onhandige afdaling die wordt bemoeilijkt door volledig beschermende pakken. Er staat een houten ladder tegen de zijkant, waarlangs twee onderzoekers in witte pakken met ademhalingsapparaten afdalen in de Grootboomgrot in Zuid-Afrika.

De pakken maken het lastig, maar ze zijn noodzakelijk voor de veiligheid.

In de grot hangen of vliegen duizenden vleermuizen. Elk van hen kan dodelijke ziekteverwekkers bevatten.

Zonder de pakken zijn onderzoekers blootgesteld aan zoönotische ziekten die de vleermuizen bij zich kunnen dragen en die van dier op mens overgedragen kunnen worden.

In dit deel van de grot bevindt zich de Miniopterus fraterculus. Wanda Markotter, een onderzoeker van de Universiteit van Pretoria, vangt er een met een net en strekt voorzichtig de vleugel van het dier uit.

"Deze soort is verantwoordelijk voor enkele rabiësgerelateerde virussen", zegt Markotter. "Er zijn er enorm veel en mensen gaan ermee in aanraking komen."

Dat is ook wat deze locatie zo belangrijk maakt. Dit is geen afgelegen grot; we zijn hier slechts enkele kilometers van het dichtbevolkte Johannesburg vandaan.

"Er zijn wereldwijd 1240 soorten [vleermuizen]", zegt Markotter. "Ze vertegenwoordigen dus een grote groep zoogdieren en daarom zullen we bij deze dieren waarschijnlijk veel virussen aantreffen."

Onderzoekers volgen de dieren hier in Zuid-Afrika, en tevens wereldwijd, bij wijze van een vroegdetectiesysteem voor ziekten waar mensen mee in aanraking kunnen komen. Er wordt algemeen vanuit gegaan dat de eerste gevallen van Ebola zijn veroorzaakt door een vleermuis.

In 2014 was er in West-Afrika een ongekende uitbraak van het ebolavirus, waarbij de meeste gevallen in Sierra Leone, Liberia en Guinee optraden. De ziekte werd het eerst ontdekt in 1976 in wat nu de Democratische Republiek Congo is en sindsdien zijn er meerdere uitbraken geweest die goed konden worden beheerst, maar op dit moment is er sprake van een groter probleem. In een tijd waarin internationale reizen de wereld meer verbonden hebben gemaakt dan ooit, is er een gecoördineerde, wereldwijde aanpak nodig om een wijdverspreide uitbraak te voorkomen – zoals we hebben geleerd van de uitbraak 2014.

Deze coördinatie wordt grotendeels uitgevoerd in het hoofdkantoor van de Centers for Disease Control and Prevention in Atlanta, Georgia in de VS. De CDC houdt toezicht op 10 wereldwijde ziektedetectiecentra, waaronder in Zuid-Afrika, waar de situatie constant wordt gemonitord.

"We hebben bijna 300 significante uitbraken van infectieziekten in 145 landen gevolgd," zegt dr. Jordan Tappero, directer van het Global Health Protection Center van de CDC. In een periode van slechts 2 jaar.

"Slechts ca. 30% van de landen kunnen zelf rapporteren EN ziekteuitbraken voorkomen, detecteren en er op reageren", zegt Tappero. "We zijn wereldwijd actief om te proberen de capaciteit te vergroten, zodat we overal over partners beschikken die snel kunnen reageren."

Dit monitoren begint met teams op de grond in grotten zoals de Grootboom.

Het team kruipt nu door een nauwe opening naar een verschilkamer, waar verschillende soorten vleermuizen met andere mogelijke ziekteverwekkers leven. Elke vleermuis kan drager van hondsdolheid, Marburg en zelfs Ebola zijn. Dit zijn enkele van de meest dodelijke virussen op aarde, waar we evenwel nog maar weinig van weten.

De risico's die tijdens dit werk worden gelopen, worden gerechtvaardigd door het belang ervan; het gaat immers om de volksgezondheid, zegt Markotter.

"Als je niet weet wat de dieren bij zich dragen, kun je een uitbraak onder mensen niet snel identificeren", zegt hij. "Meestal reageren we alleen als er veel mensen overlijden en we niet weten waar het virus vandaan komt, of waar de ziekteverwekker vandaan komt."

Buiten de ingang van de grot wordt een provisorisch laboratorium ingericht in een witte pop-uptent. Hier worden vleermuizen die getest die in verschillende delen van de grot zijn verzameld. Er worden monsters genomen uit de mond, de vacht en de vleugels en alles wordt nauwgezet vastgelegd. Dit maakt allemaal deel uit van het constante monitoren en de vroegdetectiesystemen.

Als het team weet wat er in de vleermuizen circuleert, kunnen ze een signaal doen uitgaan om de bevolking te waarschuwen, zodat er voorzorgsmaatregelen kunnen worden getroffen of kan worden uitgekeken naar bepaalde symptomen. Deze inspanningen zijn belangrijk om onze nauw verbonden wereld gezond te houden.

Bron: CNN
Auteur: Samantha Bresnahan. David McKenzie en Brent Swails van CNN hebben bijgedragen aan dit verslag.