Veilig werken in gebieden met explosiegevaar

Explosiepotentieel

Bedrijven die actief zijn in zulke brede sectoren als de chemische en farmaceutische industrie, de gasvoorziening en de lakindustrie, gebruiken ontvlambare stoffen die mogelijk kunnen ontploffen. Deze 'explosieve beschermingszones' of 'Ex-zones' worden ingedeeld in verschillende gebieden en zones, afhankelijk van de aard van de ontvlambare stof (gas en damp of stof) en van de waarschijnlijkheid van de aanwezigheid van een explosieve atmosfeer of de frequentie en duur van het gevaar.

Brandbare gassen en dampen worden onderverdeeld in drie explosiegroepen (IIA, IIB en IIC), op basis van de minimale hoeveelheid energie die nodig is om ze te ontsteken. De lichtst ontvlambare groep is IIC.

De ATEX-richtlijn werd in juli 2006 geïntroduceerd om ervoor te zorgen dat mensen die in mogelijk explosieve atmosferen werken, goed beschermd zijn.

Elektrostatische lading en ontlading

Tegenwoordig is iedereen die in een mogelijk explosief gebied werkt verplicht om zich aan strikte veiligheidsregels te houden en geschikte beschermende uitrusting te gebruiken overeenkomstig de ATEX-richtlijn. Het maakt niet uit of u met brandbare gassen werkt of met licht ontvlambaar stof. Behalve de naakte vlammen, gloeiende materialen en vonken, vormt ook elektrostatische lading een ontbrandingsgevaar dat herhaaldelijk ernstige ongelukken veroorzaakt.

Een elektrostatische lading ontstaat als een materiaal te veel elektronen (negatieve lading) of niet genoeg protonen (positieve lading) bevat. In commerciële en industriële situaties kan dit voorkomen wanneer niet‑geleidende isolatoren of slecht geleidende materialen worden gebruikt bij processen waarbij frictie of scheiding een rol speelt. Voorbeelden: de verwijdering van papier, textiel, rubber of plastic sporen van rollers of cylinders, het leiden van poedervormig materiaal door buizen, de overdracht van vloeistoffen tussen containers, het roeren en gieten van vloeistoffen en het lopen op een isolerend oppervlak.

Wanneer/als een elektrostatische lading wordt opgebouwd en niet langzaam naar de aarde wordt afgevoerd, kan er een vonk ontstaan wanneer de lading plotseling wordt geaard, bijvoorbeeld door plotseling contact met of toenadering van een geaarde geleider. Als de vonk voldoende energie heeft, kan deze de explosieve atmosfeer doen ontploffen. Dat betekent dat er bij een ontlading in een mogelijk explosieve omgeving een vonk kan ontstaan, met desastreuze gevolgen.

Antistatische kleding van Tyvek® en Tychem® en Ex-zones

De beschermende oplossing van DuPont is eenvoudig. Het oppervlak van antistatische kleding gemaakt van Tyvek® of Tychem® is bedekt met een antistatische stof die vocht uit de atmosfeer aantrekt en zo een dunne, geleidende zoutlaag vormt op het kledingoppervlak. Deze coating zorgt voor een homogeen geleidingseffect, waardoor elke lokale lading - bijvoorbeeld veroorzaakt door frictie - naar de aarde wordt afgevoerd als de weerstand naar de aarde continue en laag genoeg is.

Met toewijding en vindingrijkheid heeft DuPont beschermende kleding van Tyvek® and Tychem® ontwikkeld die voldoet aan de antistatische eisen van zowel de ATEX-richtlijn als de EN 1149-5-richtlijn voor oppervlakteweerstand. Voor bescherming tegen hitte, vlammen en chemicaliën in Ex-zones adviseren we een beschermende, brandwerende en antistatische overall (die voldoet aan EN ISO 14116-index 1) te dragen met daaronder brandveilige kleding van index 2 of 3.

Gebruik van beschermende kleding van Tyvek® en Tychem® in Ex-zones

Volgens de tests van het Zwitserse Veiligheidsinstituut in Basel is de beschermende kleding van Tyvek® en Tychem® geschikt in verschillende situaties met explosiegevaar.